Niels Destadsbader: 'Het is goed moment om mezelf aan Nederland te presenteren'

Als zanger, acteur, en presentator maakt de Vlaamse Niels Destadsbader al twaalf jaar carrière in België. In Nederland leerden we hem kennen via de tv-programma’s K3 zoekt K3 en Dance as One die hij op SBS6 presenteerde. Nu probeert hij met zijn nieuwe album Dertig op muzikaal gebied voet aan de grond te krijgen in Nederland.

Al meer dan twaalf jaar heb je een succesvolle carrière in België. Heb je bewust zo lang gewacht om bij ons een voet tussen de deur te krijgen?

‘Ik ben nu zo’n twaalf jaar bezig in België, maar heb natuurlijk ontzettend hard moeten werken om staan waar ik nu sta. Het is natuurlijk niet zo dat ik al twaalf jaar het Sportpaleis (de Belgische Ziggo Dome red.) uitverkoop. Net zoals elke artiest ben ook ik ergens begonnen. Bij mij was dat in kleine cafétjes waar ik nog bier over me heen heb gekregen. Ik heb ook heel veel muziek gemaakt die niet aansloeg en heb dingen gedaan waarvan ik achteraf denk dat ik ze misschien anders had moeten aanpakken. Maar uiteindelijk zorgen dat soort dingen er natuurlijk wel weer voor dat je groeit als persoon. Nu ben ik op een punt gekomen waarbij ik hele toffe dingen mag doen: mijn platen goed verkopen in België en het Sportpaleis vullen door mijn eigen liedjes te spelen, wat echt ongelofelijk is.’

‘Wat Nederland betreft heb ik nu het gevoel dat het een goed moment is om mezelf hier te presenteren. Na twee ongelofelijk succesvolle jaren in België vind ik het ook wel weer leuk om eventjes helemaal vanaf nul te beginnen. Ergens opnieuw beginnen is spannend, ook omdat je een nieuw publiek voor je moet zien te winnen. Ik kan er natuurlijk niet van uit gaan, ook al vindt men mijn liedjes in Vlaanderen wél leuk, dat ze dat hier ook doen. Als Vlaamse artiest is het sowieso heel moeilijk om een oversteek te maken naar Nederland, daar ben ik me van bewust. Omgekeerd gebeurt dat veel meer. Bij ons zijn er bijvoorbeeld een paar Nederlandse artiesten die heel populair zijn zoals Marco Borsato, Guus Meeuwis, Lil Kleine, Nielson, Jebroer en Gers Pardoel, om een paar te noemen. Hoe dat komt? Ik denk in eerste instantie door het feit dat jullie goede muziek maken en ook omdat wij als Vlamingen veel te bescheiden zijn en we heel vaak vinden dat wat anderen doen, veel beter is. Als je in België naar de commerciële radiozenders luistert, hoor je voor 25 procent Nederlandse artiesten voorbijkomen. Dat ga je met Vlaamse artiesten bij jullie niet hebben. Clouseau is ooit wel heel populair geweest, maar heel veel meer is het geloof ik ook niet. Voor mezelf weet ik dus dat het heel moeilijk gaat zijn, maar weet je: als je het niet probeert gaat het je sowieso niet lukken.’

Vertel eens, wie is Niels Destadsbader?

‘Ik ben een jongen die heel graag in het leven staat, heel ondernemend is, die het leuk vindt om andere mensen blij te maken en iemand die heel familie gebonden is. Ik woon nog steeds op dezelfde plek in Vlaanderen waar ik geboren en getogen ben en waar nog steeds al mijn vrienden wonen. Maar ondanks de verbondenheid aan de streek waar ik vandaan kom, ben ik tegelijkertijd ook heel ambitieus en wil ik constant getriggerd worden en proeven van nieuwe dingen die op me afkomen.’

Nederlanders hebben je leren kennen via de tv-programma’s K3 zoekt K3 dat je met Gerard Joling presenteerde en recentelijk via Dance as One op SBS6 dat je samen met Nicolette van Dam hebt gedaan. Muzikaal kennen we nog weinig van je. Hoe zou je jouw stijl kunnen omschrijven?

Het is Nederlandstalige pop-rock. Alle liedjes op mijn nieuwe album Dertig heb ik samen geschreven met Miguel Wiels, die in Nederland met Paul de Leeuw heeft samengewerkt en bekend staat als ‘de man achter de liedjes van K3’. Hij weet heel goed hoe je goede popsongs moet maken. In het verleden heb ik veel met andere mensen geschreven, maar op de één of andere manier zijn de songs met Miguel die me het meeste aanstaan. Als we samenwerken is er een hele goede chemie, een soort elektriciteit die opgang komt. Daarbij, de combinatie van onze namen: Niels & Wiels, is heel cool. Zonder Wiels is er geen Niels. Zonder hem zou ik nooit kunnen staan waar ik nu sta. Tegelijkertijd is de samenwerking voor Miguel ook prettig, omdat hij – als de man achter de liedjes van K3 – toch altijd een beetje is gebleven. Hij kan nu nog meer laten zien dat hij meer in huis heeft.’

Van welke artiesten krijg je inspiratie en met wie zou je nog weleens willen samen werken?

‘Op dat vlak ben ik wel heel erg aan Nederlandstalige artiesten gebonden merk ik. Ik zou bijvoorbeeld een grotere kick krijgen als ik met Marco Borsato op een podium zou staan, dan met Chris Martin van Coldplay. Puur omdat ik met de muziek van Marco ben opgegroeid. Ik vind het bijvoorbeeld heel knap dat hij een nummer kan brengen alsof hij het zelf geschreven heeft, terwijl anderen dat voor hem doen. Een ongelofelijk talent. Om die reden zou ik met Marco op een podium willen staan. Met Guus Meeuwis zou ik graag een nummer willen schrijven, omdat zijn manier van liedjes schrijven aansluit bij datgene waar ik naar opzoek ben. Guus brengt met zijn muziek mensen samen. Dat volksachtige, dat vind ik heel tof. Ik ken Guus niet persoonlijk maar door zijn liedjes heb ik toch het gevoel dat ik hem wél ken. Als je dat als artiest bij iemand kunt bereiken, dan denk ik dat je echt heel lang mee kan draaien.’

Ze noemen je succes in België het Koen Wauters-effect. Waar kom die term vandaan en kun je hem verklaren?

‘Toen ik net begon kwamen ze al een beetje met die vergelijking. Ik ben, net als Koen, ook presentator, maak ook Nederlandstalige muziek en had aan het begin van mijn carrière ook vooral veel vrouwen die naar mijn optredens kwamen. Later is mijn publiek groter en breder geworden, iets dat Koen met Clouseau ook ervaren heeft. De uitverkochte shows in het Sportpaleis die ik gedaan heb, zijn qua verkoop ook te vergelijken met Koen’s succes. Als je zo al die factoren bij elkaar legt, wordt het een soort optelsom en krijg je dus die vergelijking. Voor mij is Koen overigens ook echt een persoonlijke held. Iemand die mij altijd enorm heeft geïnspireerd. Die vergelijking vind ik dus heel tof, maar het is ook leuk om te merken dat mensen mijn eigen stijl en persoonlijkheid ook zijn gaan waarderen. Je wilt natuurlijk je eigen stempel drukken en dat is de laatste tijd in België echt goed gelukt, dus daar ben ik heel blij mee.’

In Vlaanderen heb je meer bereik gekregen door je deelname aan het tv-programma Liefde voor Muziek, een Vlaams antwoord op wat bij ons het programma Beste Zangers is. Hoe heb je dat programma ervaren?

‘Over het algemeen ben ik in mijn werk altijd wel zelfverzekerd, maar toen ik in het vliegtuig naar Spanje zat voor de opnames, voelde ik me ontzettend geïntimideerd. Om me heen zag ik namelijk alleen maar mensen die al veel langer in de muziek bezig zijn dan ikzelf, zoals de leden van K’s Choice en Helmut Lotti. Ik dacht constant: ‘Stel je voor dat ze het niet leuk vinden, wat ik straks met hun liedjes ga doen.’ Ik was het inmiddels wel gewend om voor duizenden mensen op te treden, (ook al heb je daar soms echt wel stressmomenten bij), maar de stress om voor een club van zes artiesten te zingen die twee meter bij je vandaan zitten, dat is nog enger. Zij horen namelijk alles. Het is de strengste jury die je kunt hebben. Daarnaast besefte ik dat mijn deelname aan het programma een grote kans voor me was. Mijn muziek was thuis intussen al heel populair geworden en had dus een veel groter bereik gekregen, maar wat er na het programma gebeurde was echt ongelofelijk. De concertzalen zaten al goed vol, maar daarna helemaal. En dit keer ook met mannen!’

In België staat je agenda voor de komende maanden helemaal vol geboekt. Hoe zit het met Nederland? Heb je hier ook optredens op de planning staan?

‘Nog niet. Voorlopig ben ik heel druk in Vlaanderen. Zo ga ik in maart en april een film opnemen, daarna komt er een theatertour, daarna volgen de opnames van een nieuw tv-programma en weer daarna beginnen de voorbereidingen voor mijn concerten in het Sportpaleis tegen het eind van het jaar. Stiekem hoop ik natuurlijk wel dat er op een bepaald moment een telefoontje vanuit Nederland zal komen met de vraag of ik ergens bij jullie wil komen spelen. Of dat dit jaar zijn, of volgend jaar of dat het ooit zal gaan gebeuren? Ik heb geen idee, we wachten het af.’

Dertig van Niels Destadsbader is sinds februari 2019 verkrijgbaar
Fotografie: Koen Bauters
Dit artikel is eerder gepubliceerd op Nieuweplaat.nl