Laura Jansen: Ik wil mensen met een klein beetje hoop kunnen achterlaten’ 

Ze was een aantal jaren van de radar verdwenen. Vluchtelingenwerk op het Griekse eiland Lesbos was iets waar ze zich volledig voor inzette. Tweeënhalfjaar lang. Tot ze niet meer kon. Laura Jansen was geestelijk en emotioneel helemaal op. Ze woonde eerst een tijdje in Spanje, maar verhuisde uiteindelijk naar Berlijn en pakte langzamerhand haar oude leven als muzikant weer op. Met als gevolg: We Saw A Light, haar eerste album in acht jaar. 

Is er een specifiek iets wat je echt hebt gemist tijdens het maken van je nieuwe album?

‘Het maken van een nieuwe plaat was voor mij niet een garantie na mijn tijd op Lesbos. Ik wist niet of ik het nog in me had. Het feit dat er gewoon liedjes kwamen zonder heel veel moeite en dat ik met Ed Harcourt, mijn allergrootste muzikale held, mocht werken was gewoon elke dag genieten. Ik sprong weer een proces in dat toch heel vertrouwd was, ook al had ik het al een tijd niet meer meegemaakt. De omgeving van een studio, de vrijheid van ‘geen idee hoe laat het is’, je tot in de vroege uren aan het schrijven bent en daarna de opluchting dat bepaalde gevoelens eruit zijn: ik heb er echt elke seconde van genoten. Ik denk zelfs meer dan tijdens het maken van mijn eerdere platen.’

Waar komt de albumtitel We Saw A Light vandaan?

‘De titel is heel letterlijk en heel symbolisch. Op Lesbos heb ik elke nacht gezocht aan de horizon naar, letterlijk lichtjes op het water. Van vluchtelingenbootjes, heel ver in het donker op zee. Ik was heel erg bezig met zoeken naar licht in mijn eigen donkere periode op het eiland. Het terugkomen naar het licht is een lange weg voor me geweest. De albumtitel vat dan ook alles samen. Letterlijk en spiritueel. Terugkomen vanuit een hele donkere plek. Het album heeft universele thema’s. Ik zie een plaat niet als een plek waar je altijd politieke verhalen kunt vertellen. Popliedjes blijven tenslotte popliedjes. Ik ben ook niet echt een politieke muzikant. Het ging me meer om de emotionele thema’s die ik op Lesbos had meegemaakt en om die vast te leggen in de muziek. Maar in mijn boek genaamd Wij zagen een licht heb ik wel alle feitelijke verhalen en de dingen die ik heb gezien, opgeschreven.’

In 2015 kwam je uitgeput thuis in Amsterdam na een intensieve wereldtournee met Armin van Buuren. Niet veel later stond je op het Centraal Station vluchtelingen op te wachten, die per trein kwamen binnen rijden. Waarom besloot je te gaan helpen?

‘Wat ik toen zag was dat er een hoop mensen om mij heen uit alle lagen van de samenleving naar dezelfde plek kwamen om te helpen. Drukke mensen, mensen die moe waren en mensen met hele andere prioriteiten. Ik was één van die mensen. Ik ben altijd heel erg bezig geweest met het nieuws, politiek en met wat er in de wereld aan de hand is. Tijdens de tour van Armin was ik heel erg bezig met de plekken waar we speelden. We kwamen in zo’n vijftig landen en ik deed daar heel veel projectbezoeken namens Oxfam. Ik stapte toen al in een wereld die totaal niet op de mijne leek. In de zomer van 2015 is er een foto van een klein jongetje, verdronken aan de kust van Turkije wereldwijd gegaan die me totaal niet losliet. Alleen kwam ik niet bij Turkije. En ook niet bij Syrië. Ik kon daar dus niks betekenen. Maar zodra ik hoorde dat er mensen bij mij om de hoek in Amsterdam op het station waren, kon ik wel hulp gaan bieden. Ik dacht eerst om dat een nacht te gaan proberen, maar die ene nacht veranderde echt alles. Een paar maanden ben ik met andere vrijwilligers vele nachten gaan helpen en zo ben ik uiteindelijk ook op Lesbos terecht gekomen.’

Eenmaal op Lesbos heb je met anderen de hulporganisatie Movement On The Ground opgericht. Wat doen jullie precies?

‘Movement On The Ground speelt een hele kritieke rol in de dagelijks zorg binnen de kampen op het eiland. In 2015 heb ik met vier collega’s de stichting opgericht. Als hulpverlener moet je namelijk op een hele officiële manier geld binnen halen en uitgeven. Zomaar spontaan helpen gaat niet. We stapten er met elkaar heel naïef in met zo’n gevoel van: we gaan een hier een keuken naartoe halen en dingen als heaters, solar energy en wc’s, omdat die allemaal niet aanwezig waren op het eiland. Omdat we veel vrienden hebben in de festivalwereld kregen we uiteindelijk allemaal spullen als lampen, heaters en hekken opgestuurd. Dingen die we echt nodig hadden en waar het kamp waar ik werkte veel beter van werd. 

De stichting is in een korte tijd heel hard gegroeid. Ik heb twee jaar lang in het kamp gewerkt om bijvoorbeeld dagprogramma’s en vrijwilligersprogramma’s te runnen. Zo’n kamp is eigenlijk gewoon een dorp. Er komt echt van alles bij kijken. Ook nu is Movement On The Ground nog steeds heel erg actief. Ikzelf ben er anderhalf jaar geleden uitgestapt omdat ik heel uitgesproken ben en veel meningen heb, na zolang op het eiland te zijn geweest. Ik vind het echt schandalig wat daar gebeurt. De herhaling van leed is een politieke kwestie. Om de stichting te beschermen van mijn harde uitspraken heb ik dus anderhalf jaar geleden besloten om zelfstandig verder te gaan. Nu kan ik mijn mening uiten zonder ergens rekening mee te hoeven houden. De combinatie van activist en muzikant zijn vind ik heel fijn’.

Het album is geproduceerd door Ed Harcourt waar je op je vorige album een duet mee hebt opgenomen. Was het een bewuste keuze om weer met hem te gaan samen te werken?

 ‘Ja. Na de release van mijn eerste album Bells had ik opeens de luxepositie om als muzikant co-writes te doen. Dat had ik namelijk nog nooit gedaan, want daarvoor schreef ik al mijn liedjes zelf. Ik kwam toen met een lijstje aanzetten waarop al mijn helden stonden. Eigenlijk heel dom, want ik vind eigenlijk dat je nooit met je helden moet gaan samenwerken. Tijdens de schrijf en opnamesessie die ik voor het duet met Ed op mijn vorige album heb gedaan, heb ik eigenlijk alleen maar in een hoekje gezeten met het idee dat ik zelf niks kon. Ik durfde amper wat in te brengen. Maar ondanks dat zijn we toch hele goede vrienden geworden. Samen hebben we nu de plaat gemaakt waar ik al heel lang van droomde. We hebben het echt op zijn manier gedaan, heel ouderwets en dat vind ik heel tof. Gewoon met z’n tweeën in een hokje werken aan een plaat, en dat dan een jaar lang. Ik ben supertrots dat zijn naam aan het album verbonden is.’ 

Je noemt de liedjes The Island en Berlin de twee sleutelnummers op je album. Leg dat eens uit, hoe zit dat?

‘Het zijn twee liedjes die thematisch de kern raken. The Island was het eerste liedje die ik voor de plaat schreef en ontstond in een donkere periode waarin ik niet wist wat ik moest zeggen over mijn tijd op Lesbos. Toch voelde ik dat het eiland een lied verdiende. Een soort anthem. Voor de mensen die in het donker zijn achtergelaten. Tegen hen zeg ik: ik zie jullie en ik hoor jullie. Er is zo’n strijdkracht en veerkracht op het eiland, die ondanks alles toch bloeit. Dat wilde ik een plek geven en dat heb ik dus gedaan in The Island.

Berlin is voor mij het meest pijnlijke nummer op de plaat. Toen ik van Lesbos afkwam heb ik letterlijk een jaar lang thuis in Berlijn in bed gelegen. Ik zat toen mentaal en fysiek helemaal aan de grond. Het voelde alsof ik in mijn huisje woonde met een huisgenoot die depressie heette. Ik had echt het gevoel dat er een soort energie in mijn huis was die enorm veel ruimte innam en daar was ik heel erg bang voor. Het was heel eng om zo depressief te zijn. Ik herkende mezelf ook niet. Maar ik denk dat ik mijn hele leven al met een zwarte schaduw naast me heb geleefd. Alleen heb ik daar altijd goed mee om kunnen gaan. Niemand zag het aan me. De tijd na Lesbos was een ophoping van mijn eigen trauma, andermans trauma, leven op adrenaline en alles om me heen altijd heel heftig te hebben beleefd. Zoiets hou je een bepaalde tijd vol, maar niet lang. Je lichaam geeft aan wanneer je moet stoppen, nog voordat je hersenen het aangeven. Ik was me daar heel erg bewust van en er tegelijkertijd oké mee. Dat is waar Berlin over gaat. Ik zie die depressie, ik aanvaar dat die er is en ik kan hem niet verbannen. Ik moet ermee leren leven.’

Het album is een plaat geworden die zich laat opsplitsen in een A-kant en B-kant. Op kant-A ben je kwetsbaar en horen we vooral melancholische liedjes. Daar tegenover zijn de liedjes op kant-B een stuk hoopvoller en positiever. Vond je het belangrijk om de plaat juist op die manier in te delen?

‘Ja, zoals ik al zei: Ed Harcourt heeft een hele ouderwetse manier van werken. Het nadenken over de volgorde van de liedjes op de plaat was echt een heel serieus ding voor ons. We hebben niet bewust gedacht om de combinatie te maken van hoopvol en verdrietig, maar meer de chronologie van mijn leven binnen de liedjes. De tweede helft van mijn terugkomst vanaf Lesbos is ook hoopvoller geweest. Ondanks alle tegenslagen ben ik bijvoorbeeld heel erg verliefd geworden. Daardoor ben ik automatisch liefdesliedjes gaan schrijven die op kant-B van de plaat zijn gekomen. Ik wil mensen altijd met een klein beetje hoop kunnen achterlaten. Zelfs in de zwaarste liedjes is er altijd wel een zin of melodie die alle ellende weer goed maakt. En dat geldt ook voor mijn boek. Er gebeuren op de donkerste plekken echt dingen die heel veel licht geven. Dat wil ik ook aan de mensen meegeven en zeggen dat ik, ondanks alle shit, super hoopvol ben en weet dat alles weer goed komt.’  

Waarom ben je eigenlijk in Berlijn gaan wonen?

‘Na Lesbos wist ik niet waar ik heen zou gaan als wist ik wel dat het niet Amsterdam zou zijn. Ik wilde daar namelijk niemand zien of tegenkomen. Ik wilde niet praten over de muziekbusiness of naar optredens gaan. Ik wilde echt anoniem naar een plek toe waar ik gewoon alleen gelaten werd. Ik kende een paar mensen in Berlijn en heb daar een paar keer met veel plezier gespeeld, dus ik kende de stad al. In woon er inmiddels alweer drie jaar en het is er echt mijn thuis.’

Wil je ooit nog terug naar Lesbos?

‘Zeker, dat wilde ik vorig jaar al maar corona is op het eiland heel kwetsbaar. Zodra het virus de kampen bereikt is het gewoon klaar, omdat er geen hygiëne is. Alle reizen die ik naar Lesbos had gepland heb ik met heel veel tegenzin moeten afzeggen. Al weet ik wel dat ik er nooit meer op dezelfde manier zal gaan werken als daarvoor. Nu ben ik bezig om een platform te gebruiken waarbij ik de situatie van het eiland menselijk probeer te maken. Dat doe ik door met het publiek te praten en door verhalen en muziek te delen. Daarnaast probeer ik op een subtiele manier invloed uit te oefenen bij mensen die beleid maken en die ik verantwoordelijk stel voor het leed wat ik daar zie. Hopelijk kunnen zij daarin een verschil maken.’

Fotografie: Anne Dokter 
Dit artikel is eerder gepubliceerd op Nieuweplaat.nl